Reisverslag Cynthia en Wim, Oman, november 2011
Zondag 20 november 2011, Vertrek Brussel – Muscat, Oman
Gisteren zijn we al vanuit Brouwershaven vertrokken, we verblijven vannacht in een airport hotel in Brussel zodat we niet midden in de nacht moeten vertrekken en daardoor een hele nacht overslaan. We kunnen nu tot 3 uur slapen om op tijd op de luchthaven te zijn voor onze Lufthansa vlucht naar Oman. Ideaal, voor nog minder dan het parkeergeld dat we kwijt zijn op Schiphol hebben we nu een overnachting in een 5* hotel inclusief gratis parkeren en shuttle naar de luchthaven.
We moeten in Frankfurt overstappen en vliegen vervolgens met een korte tussenlading in Riyad, Saoedi-Arabië naar Muscat. In Riyad moet getankt worden, daar aangekomen blijken beide technicus van Lufthansa met vakantie te zijn, wat nu…na een half uur wachten besluit de piloot zelf te tanken, hiervoor moet iedereen het vliegtuig verlaten en dat mag niet, we hebben geen visum. Weer wachten. Uiteindelijk komt er een oplossing, we mogen in de bloedhete slurf tussen het vliegtuig en de airport wachten, 20 minuten duurt dan erg lang. Maar we mogen niet klagen, het personeel doet er alles aan om zich te verontschuldigen en niemand moppert.
In de avond arriveren we in Muscat, we worden hartelijk welkom geheten en kunnen even bijkomen in de lounge terwijl onze visa geregeld worden. Dan stappen we snel in onze taxi voor de rit naar het hotel. Het dient een 4* hotel te zijn, maar zoals we vaak mee maken is het voor een groot deel vergane glorie. We willen graag nog wat eten, maar helaas het is 1 minuut over 11 in de avond, het restaurant sluit om 11 uur, te laat. We doen een poging in het Japanse restaurant op de 8ste verdieping, de gedachte aan lekker sushi doet me watertanden, maar ook hier zijn we net te laat.
Dan maar naar de naastgelegen pub van het hotel, hier staan twee Aziatische dames enorm hun best te doen te zingen. De rokjes, voor zover ze het predicaat rokje mogen dragen, zien minuscuul en dat voor een zwaar islamitisch land. Ook de topjes laten niets aan de verbeelding van de gejurkte mannen over en vol overgave wordt er meegezongen door een oudere in jabala gehulde Omani. Na een cola en een bakje oude popcorn verlaten we dit tafereel en gaan lekker slapen, morgen op tijd op om onze auto in ontvangst te nemen.
Maandag 21 november 2011, Muscat
Na een redelijk ontbijt nemen we onze reisroute voor de komende week door. Zoals in de meeste gevallen is het weer stevig aanpoten de hele week. Onze auto wordt afgeleverd, een mooie nieuwe Toyota Landcruiser, we hebben bijna een trapje nodig om de auto in te komen! Gelukkig is het verkeer buiten de spits in Muscat niet echt druk dus manoeuvreren we ons gemakkelijk door de straten richting de Corniche waar we de Fish Souk bezoeken. Het is even wennen, we zijn vaak in het Midden Oosten geweest maar in Oman, althans Muscat zijn de mensen is terughoudender dat we gewend zijn. De Fish Souk is een bont tafereel van vele mannen die hier hun visvangst aanbieden, het is leuk te zien hoe het er hier aan toe gaat. Vervolgens rijden we langs de kust verder om het paleis van Sultaan Qaboosh te bewonderen vanachter de toegangspoorten. Het valt ons op dat de hele stad superschoon is, er ligt geen vuiltje op straat. De hele stad is enorm gecultiveerd en wordt enorm goed bijgehouden, honden en katten kom je hier zelden tegen.
’s Avonds eten we in het Japanse restaurant om vervolgens op tijd te gaan slapen, morgen beginnen we echt aan onze rondreis door het noorden van Oman.
Dinsdag 22 november 2011 Muscat – As Seeb – Nakhl – Wakan Village – Barka – Mussannah We hebben een GPS bij onze auto gekregen, handig, zeker als die het goed doet! Na een uur rijden arriveren we in een onbekende plaats dat niet As Seeb is, waar we zitten, geen idee. Opnieuw stellen we de GPS in en al snel rijden we een heel stuk terug richting Muscat, dat schiet lekker op. Bij As Seeb nemen we een kijkje bij de vismarkt die aan de oceaan gelegen is, verser dan dit kan haast niet. Het is een drukte van mannen in jabalas die elkaar overschreeuwen om verser waar te kopen en verkopen.
Hierna rijden we het binnenland in, naar Nakhl waar een eeuwenoud fort te bewonderen is. Het fort is opgebouwd uit klei. De rit tot nu toe is niet echt opwindend, de weg is saai met veel vrachtverkeer. Net voor Nakhl, na juist gezegd te hebben tegen elkaar dat we nog niet echt onder de indruk zijn zien we aan de rechterkant van de weg een oase opdoemen met daarin een kleine ruïne, onze nieuwsgierigheid dwingt ons een kijkje te nemen. De ruïne ligt er verlaten bij, midden tussen de groene palmbomen. Overal waar we kijken liggen potscherven uit het verleden, het is een walhalla voor archeologen. We kunnen de ruïne niet in, maar het aanzicht is zo mooi, dat is al voldoende. Een hersteld Falaj (waterkanaal)loopt door de oase heen om er voor te zorgen dat het water overal verspreid wordt. Nu we beter kijken zien we dat om de oase heen over een groot gebied kleine ruïne restanten staan, dit zullen we de rest van de reis nog veel vaker tegen gaan komen.
Na dit kleine avontuurtje rijden we weer verder en komen weer een bruin bord tegen, bruine borden geven bezienswaardigheden aan. Weer laten we de snelweg achter ons en staan na 10 minuten rijden plots oog in oog met een mooie gerestaureerde vestingmuur, ook weer midden in een oase. We laten de auto in de schaduw achter, het is ondertussen al 30 graden. Achter de muur ligt een vervallen dorpje, vies en oud. In de krotten wonen hier en daar nog mensen die ons met belangstelling opnemen, het zal er niet zo druk zijn met Europese toeristen.
Na alle gangen en torens beklommen en verkend te hebben laten we de prachtige oase en zijn bewoners achter ons om nu echt naar Nakhl te rijden. Het is nog even zoeken, de bruine borden schijnen net voor de eindstreep op geweest te zijn, een vriendelijke Omani wijst ons gelukkig de weg. Het fort is enorm, het is compleet gerestaureerd tot aan de inrichting toe. Stiekem vinden we dat een beetje jammer. Maar aan de andere kant geeft het een mooi beeld hoe de vele forten er in deze periode hebben uitgezien.
Oman is nog niet echt op toeristen ingesteld, een restaurantje is dan ook ver te zoeken. Veel van onze dagen nemen we een lunchpakket vanuit het hotel mee of overleven we op fruit en koekjes die we in een lokale supermarkt kopen. Na een geïmproviseerde lunch van inderdaad koekjes en water gaan we een off road avontuur tegemoet, we rijden door een Wadi (droge rivierbedding) naar Wakan Village. Een piepklein gehuchtje waar de tijd al eeuwen stil schijnt te staan.
De weg bestaat grotendeels uit kiezels en zand, leuk! We rijden langs moois stukjes natuur en piepkleine dorpjes om na twee uur bij Wakan te komen. het ligt hoog in de bergen en het laatste stukje rijden is wel even spannend, smal en steil, maar zo mooi!
Bij het dorpje aangekomen staat een groot bord met wat wel en wat niet mag, er mag meer niet dan wel. De bewoners negeren ons compleet en eigenlijk voelen we ons niet helemaal welkom. Ik heb weer het geluk om tegen een Omani aan te lopen die zich in een falaj uitgebreid poedelnaakt staat te wassen, dat wordt al helemaal niet in dank afgenomen. Wakan is een bijzonder dorp, het ligt hoog en de bewoners hebben vele terrassen aangelegd waar ze al hun fruit en groente verbouwen. Het geeft een bijna Aziatische indruk, maar dan zonder rijst. Er loopt een geplaveid pad door het dorp omhoog dat uiteindelijk eindigt bij een uitkijktoren vanwaar een prachtig uitzicht over de vallei te bewonderen is. Na deze klim dalen we weer af om terug te keren naar de 21ste eeuw.
We hebben vandaag nog een bezoek aan een spa hotel op het programma staan, het is al donker als we hier arriveren. Een van onze klanten heeft hier een Ayurveda programma gereserveerd en we hadden hem beloofd op te zoeken, prompt lopen we in de spa tegen hem aan. Na zijn enthousiaste verhalen gehoord en het hotel verder geïnspecteerd te hebben moeten we nog een stukje verder rijden, richting Mussanah waar we in een hypermodern hotel slapen.
Woensdag 23 november 2011 Mussanah – Al Rustaq - Wadi Bani Auf – Al Hamra
We staan alweer vroeg op, we hebben een pittige rit voor de boeg waar we met volle teugen van willen genieten. We gaan dwars door een wadi en over hoge bergtoppen off road naar Al Hamra rijden. Vanaf Musannah zijn we al snel bij de afslag naar Wadi Bani Auf. We hebben vooraf getankt omdat het niet verstandig is om zonder een volle tank zo’n doorsteek te maken. De benzine wordt met veel plezier door de Landcruiser opgeslurpt, de teller staat dan ook al snel op 90 liter! Het afrekenen van de benzine in Oman is een genot, voor nog geen 20 euro is de auto weer volgetankt en rijden we met een grote smile verder, dat is nog een lekker reizen.
Het begin van Wadi Bani Auf is een beetje teleurstelling, grote drilboren en bulldozers doen hun best om alles wat mooi is te vernietigen om een asfalt weg aan te leggen naar een dorpje dat niet groter is dan een muggenbeet. Alle palmbomen en waterstroompjes zijn verdwenen en bij ieder bocht hopen we van harte dat de weg hier ophoudt. Na een uur rijden worden onze gebeden verhoord, het dorpje is bereikt en hierna houdt de mishandeling van de natuur gelukkig op, we belanden in een paradijs. Helaas zijn de palmbomen hier ver te zoeken maar dat mag de pret niet drukken. De smalle onverharde weg tussen de enorme rotsbergen door is magnifiek. Hier en daar staan bomen en doemen nog kleinere gehuchtjes op. We reizen duidelijk weer terug in de tijd.
We passeren een smalle kloof en parkeren de auto om foto’s te nemen. De kloof ziet er aantrekkelijk uit voor een wandeling en al snel waden we door het water om dieper de kloof in te trekken. De machtige rotswanden toornen hoog boven ons uit. Verderop in de kloof horen stemmen op ons afkomen, een groep Omani is hier aan het picknicken en bqq-en. Na een gezellig praatje en nog even genoten te hebben van de prachtige omgeving is het helaas weer tijd om naar de auto terug te keren.
We wegen worden smaller, hoger en steiler. De natuur is hier overweldigend, de weg af en toe een beproeving. Zandweggetjes die steil omhoog gaan en zo steil weer omlaag dat we ze niet eens kunnen zien door de enorme neus van de Landcruiser. De hele weg rijden we 4 wheel omdat we anders binnen de kortste keren vast zouden komen te staan. Na een rit van 5 uur komen we aan het einde van de Wadi, een beetje treurig dat het nu al voorbij is rijden we naar onze volgende bestemming.
Onderweg passeren we een bord Al Hoota Cave, de grootste druipsteengrot van het Midden Oosten, we laten het voor wat het is dit keer en rijden naar onze accommodatie voor de komende nacht. We slapen in een luxe tented camp dat hoog boven Al Hamra gebouwd is. Ook hier is de GPS weer een beetje in de war en rijden we een achtertuin van een lokale bewoner in. Met handen en voeten vraagt Wim de weg, de beste man heeft nog nooit van de accommodatie gehoord en wijst ons totaal de verkeerde kant op. Gelukkig brengt gezond verstand en logica ons wel op de goede weg.
Voor we de klim met de auto de berg op maken is het ons opgevallen dat achter de rij vrij nieuwe huizen een paar geweldig mooie ruïnes verschuilt gaan. We parkeren de auto langs de kant van de weg en lopen het dorpje in. Wat een verrassing en er staat niet eens een bruin bord bij. We komen in een spookstadje waar ontelbare kleihuizen staan van ongeveer 300 jaar geleden, de een nog meer vervallen dan de ander. Het is er muisstil wat het nog spannender maakt. De meeste huizen worden gesierd met de mooiste deuren van kunstig houtsnijwerk in verschoten kleuren. Veel huizen staan op instorten, het binnengaan van de huizen is dan ook niet slim. Sommige huizen zijn er beter aan toe en af en toe wagen we een kijkje om de hoek van een voordeur die nog een één scharnier hangt. De plafondbalken zijn versierd met handgeschilderde bloemen en willekeurige motieven, de kleine smalle kleitrapjes die in de gangen uitkomen geven ons het gevoel in het Land van Laaf terecht gekomen te zijn. Hier dwalen we langs huizen, bijna paleizen soms en onder gewelfde bogen door, een paradijs voor foto en filmliefhebbers! Helaas wordt het al bijna donker en willen we voor zonsondergang de berg op zijn. We laten met pijn in ons hart het spookstadje achter ons en beginnen aan de rit naar boven.
Na 20 minuten arriveren we ons Camp waar we in een fijne tent met eigen badkamer en toilet overnachten. Onze tent heeft een deck vanwaar we een onvergetelijk mooi uitzicht hebben over de vallei van de dadelpalmen en Al Hamra. Een plek om nooit meer te vergeten en te fijn om maar één nacht te verblijven. De buitenlucht en het avontuur van vandaag zorgt er voor dat we al om 8 uur in diepe slaap liggen. Na 10 uur worden we wakker, net op tijd om de zonsopgang mee te maken. Nog nooit hebben we zo lang en goed geslapen al hier!
Donderdag 23 november 2011 Al Hamra – Grand Canyon – Nizwa
Het is een feestweek in Oman, de Sultan is 41 jaar aan de macht en dat mag gevierd worden. De kranten en magazines staan vol met paginagrootte advertenties waarin bedrijven de Sultan en de bevolking van Oman feliciteert met dit jubileum. Ter ere van dit jubileum heeft iedere Omani twee extra vrije dagen gekregen na het weekend. Alles is 4 dagen dicht en iedere Omani trekt er met de hele familie op uit om in de buitenlucht te genieten van de vrije tijd. Hierdoor is het op veel plaatsen veel drukker dan normaal.
We worden om 8 uur opgehaald door Salem, onze wandelgids voor vandaag. Hij biedt aan naar het vertrekpunt van onze wandeling door de Grand Canyon te rijden, prima, ook wel weer eens lekker. Behendig en veel sneller dan wij dit doen rijdt hij over de onverharde weg. Onderweg passeren we een 300 jaar oud dorpje waar onze wandeling eigenlijk zou moeten starten, maar omdat we vandaag weer verder moeten stappen we nu halverwege de wandelroute op. De steile klim te zien vinden we dat eigenlijk niet zo heel erg.
Net voor de start van onze hike stoppen we om over de rand van de enorme kloof te gluren, wat een diepte! In de verte zien we een paadje dat vanaf hier niet meer lijkt dan een geitenpaadje, dat is onze wandelroute zegt Salem. Vanaf hier lijkt het erger dan het is, nou dat hopen we dan van harte! Na een paar minuten arriveren we dan bij het beginpunt, hier staan een paar lokale bewoners hun handwerk aan te prijzen, al snel is iets gekocht wat we waarschijnlijk nooit zullen gebruiken.
De wandeling begint, we zijn de eerste vandaag en hebben de hele kloof voor onszelf voorlopig. Het geitenpaadje is iets breder, maar het blijft een spannend gebeuren. Boven ons rijst de enorme kloof omhoog terwijl het naast ons honderden meters steil naar beneden gaat. In de diepte van de Grand Canyon ligt een klein dorpje met fruitterrassen. De terrassen worden met grote regelmaat weggevaagd door vloedgolven tijdens heftige regenbuien, het dorpje is zo gebouwd dat het gelukkig gespaard wordt.
Het geitenpaadje gaat bergafwaarts, de zon staat al hoog aan de knalblauwe hemel en schijnt met volle kracht op onze kant van de Canyon. Ik verheug me niet echt op de terugweg, die gaat dan behoorlijk steil omhoog wat niet echt mijn sterkste punt is, maar dat is voor later zorg. Na een uur wandelen maken we een korte stop om van het uitzicht te genieten. Salem wijst in de verte op onze einddoelen, we zien een enorme grot en als we beter kijken zien we in de grot de ruïnes staan van piepkleine huisjes. Iets verderop zien we een immense boog in de rotsen, boven deze boog bevindt zich een meertje en 300 jaar oude terrassen waar de bewoners van weleer hun gewassen verbouwden. We vergeten de hitte en het smalle paadje, onze nieuwsgierigheid is geprikkeld en zorgt er voor dat we daar zo snel mogelijk heen willen!
Het dorpje is klein, megaklein maar zo mooi. De piepkleine huisjes lijken wel aan dwergen behoord te hebben, de maalsteen voor de tarwe ligt nog op zijn plek, mede dankzij een vrij nieuw ijzeren koord dat er voor moet zorgen dat het niet gestolen wordt. De deuren en luiken hangen scheef in hun sponning wat het geheel nog mooier maakt. Het uitzicht is onbeschrijfelijk mooi en we genieten volop, ik vraag me af of de bewoners van toen dit ook zo ervaren hebben?
We vervolgen onze weg, onderweg passeren we een waterbassin dat door de vroegere dorpsbewoners gebruikt werd als drinkwater en voor irrigatie van de terrassen. Een vernuftig systeem zorgt er voor dat het water door uit de rotsen gehakte goten in het bassin uitkomen. Ondertussen hebben we gezelschap gekregen van een kudden langharige berggeiten die iets behendiger dan wij de rotsen over rennen. En passant plukken we een paar granaatappels van de eeuwenoude bomen, grappig dat wij nu de letterlijk de vruchten plukken dan de zaadjes die eeuwengeleden door dit volkje geplant zijn. Gulzig eten we van de zoetzure vruchtjes die boordevol energie zitten om vervolgens verder te klauteren over de terrassen en rotsblokken om hoger en hoger te komen tot aan het meertje.
Het Efteling gehalte was gisteren al hoog, nu bereikt het echt zijn hoogtepunt. Het is bijna niet te beschrijven zo mooi, Een groenblauw meertje doemt ineens op, het aanzicht is onwerkelijk. Achter het meertje ligt een kleine grot waar de druipstenen nog steeds gestaag verder groeien door het water dat al eeuwen en eeuwen door de rots heen sijpelt. We klauteren naar de grot, als we al dachten dat het aanzicht van het meertje mooi was dan is de grot nog verbluffender. Het plafond bestaat uit kleine stalactieten, in het midden van de kleine grot staat een hoge stalagmiet met daarvoor een klein natuurlijk waterbassin. Het water dat zich hierin bevind is zo puur dat we onze waterflessen er mee kunnen vullen. Iets dieper in de grot staat een hele groep stalagmieten bijeen die allen een bijna menselijke vorm hebben. Hier zitten blijven we gewoon even lekker niets doen en laten al het moois goed tot ons door dringen voor we via dezelfde weg terugkeren.
We nemen in Al Hamra weer afscheid van Salem en rijden via de oude weg door Old Al Hamra richting Nizwa dat we binnen een uur bereiken. We kunnen nog net het enorme fort bezoeken en rijden daarna door naar ons hotel. Morgenochtend nemen we weer vroeg afscheid van het hotel, we willen vroeg op de geitenmarkt zijn die iedere vrijdag gehouden wordt!
Vrijdag 24 november 2010 Nizwa – Wahiba Sands
Al vroeg uit de veren om de lokale geitenmarkt in Nizwa te bezoeken. Het is even lastig een parkeerplaatsje te vinden maar daarna hebben onze weg naar de geitenmarkt als snel gevonden. De hele Souk is al volop in beweging vanaf zonsopgang. Het eerste wat we zien is een soort vogeltjesmarkt, alle mannen lopen in spierwitte, stijf gesteven jaballa’s met mooie hoofddeksels over de Souk, het is een indrukwekkend gezicht. Een enkele vrouw compleet in traditionele klederdracht waagt zich op de markt, op de paar vrouwelijke toeristen na. De geitenmarkt is echt een unicum, in kringen staan de mannen om elkaar heen, tussen de kringen door vormt zich een soort gangpad waarin de verkopers met hun geiten rondjes lopen zodat alle mannen de dieren kunnen zien en voelen. Het is een enorm spektakel en we zien menig dier van eigenaar veranderen. Hier en daar staat een koe te loeien in afwachting op haar lot.
We slenteren door de vele straten en Souks van Nizwa, de Souks zijn onderverdeelt in verschillende waren, geitensouk, groente en fruitsouk, dadelsouk en meer. We zien de mooiste zilveren sieraden en dolken, helaas hebben de mannen het te druk om met ons in onderhandeling te gaan dus een paar mooie oude schalen gaan helaas aan mijn neus voorbij…
We nemen afscheid van de drukte en hebben een lange rit voor de boeg tot aan Wahiba Sands, de woestijn waar we de nacht door zullen brengen. Het plan was nog een stop te maken bij Wadi Bani Khalid, een prachtige Wadi vol dadelpalmbomen en waterpoelen. We besluiten dit een eventueel volgende keer te doen, we willen tijdig en voor het donker in de woestijn aankomen, het is niet prettig de woestijn te doorkruisen in het donker.
Net voor we de woestijn induiken rijden we door een klein stadje, hier moeten we onze autobanden deels leeg laten lopen, anders is het niet mogelijk door het losse zand van Wahiba te rijden. Aan alle kanten komen jeeps op ons af met bedoeïenen die ons de stuipen op het lijf proberen te jagen met indianenverhalen hoe gevaarlijk het is zonder hen de woestijn in te gaan. We hebben een keurige routebeschrijving hoe we bij ons tented camp moeten komen en maken ze wijs dat we dit thuis ook regelmatig doen, ze geloven ons en druipen af. De weg naar 1000 nights Camp is één rechte weg door de woestijn, kan niet missen. Wat een avontuur weer.
We hebben al vaak in een woestijn overnacht maar dit is de eerste dat we zelf met een 4x4 door een woestijn rijden. Na een uur door de boeiende Wahiba Sands komen we bij het Camp aan, het is totaal anders dan we in Jordanië gewend zijn. Veel commerciëler en drukker. Maar dat mag de pret niet drukken. We slapen in een prachtige bedoeïenentent van Syrische makelij en hebben de luxe beschikking over een eigen badkamertje met douche en toilet.
Om de drukte die er nu is vanwege de extra vrije dagen te ontlopen klimmen we de achter onze tent gelegen hoge duin op, pfff, wat een klim! Nieuwsgierig als we zijn klimmen we steeds een volgende duin over en iedere keer weer zijn daar nog meer duinen. Het lijkt oneindig. Ver weg van de herrie van buggy’s en gillende kinderen genieten we van de zonsondergang boven op een duinkam, perfecter kan het niet! In de hafduisternis keren we op gevoel en richting de geluiden terug naar ons Camp, na een snelle hap in het restaurant ploffen we op de heerlijke bedden om direct weer in een diepe slaap te vallen, de buitenlucht en het kamperen in e natuur schijnt wonderen te doen!
Vrijdag 24 november 2011 Wahiba Sands – Rass al Jinz We kiezen er voor de woestijn helemaal tot aan de oostkust te doorkruisen, nu hebben we echt wel een bedoeïen nodig, de tocht is ruim 100 kilometer en de woestijn is te verraderlijk om deze doorsteek alleen te doen. Twee stugge mannen rijden ons voor in een jeep, misschien is hebben ze een ochtendhumeur, misschien vinden ze het niet leuk. Zonder overleg rijden nog twee auto’s met ons mee, beetje jammer maar wij gaan onze eigen gang en toeteren en seinen als wij willen stoppen. De rest moet ons dan volgen. De twee volgauto’s zitten vol lokale mannen en vrouwen, geschieden van elkaar. Onderweg maken we bij verschillende stoppen voorzichtig kennis met elkaar, het ijs wordt langzaam gebroken.
Op een gegeven moment verwisselen Wim en ik van plaats, ik ga een stuk rijden. Dit schijnt voor onze bedoeïenen het sein te zijn om ineens avontuurlijk te gaan rijden, duinen op, duinen af, buiten het pad om. Geen probleem, ik volg. Steeds harder gaan ze, op een gegeven moment voel ik de auto uitbreken en met veel tegensturen weet ik hem onder bedwang te houden. Ik moet eerlijk bekennen dat dit best even spannend was, maar laat me uiteraard tegenover de mannen niet kennen. We stoppen, met een stoere blik maar met knikkende knieën kijk ik de mannen aan, bij beiden bedoeïenen gaan de duimen omhoog, ik was “geslaagd” voor hun test blijkbaar en nu was het ijs helemaal gebroken. Daarna werden er geen capriolen meer uitgehaald en reden we relaxt naar de kust.
Een paar kilometer voor de kust worden de duinen ineens enorm hoog, met brullende motoren racen onze auto’s de steile, hoge duinen op en over. Eenmaal gaat het mis en blijf ik halverwege steken, gelukkig samen met een van onze volgers, ga ik niet helemaal af! Bij de tweede poging lukt het wel en zien we na deze hoge duin de oceaan in de verte opdoemen. Alweer een pracht belevenis. Onze banden worden opgepompt door onze “achtervolgers” die een eigen pomp bij zich hebben, we kunnen dus snel weer op pad!
We nemen afscheid van onze bedoeïenen en achtervolgers en rijden over de nieuw geasfalteerde weg richting Rass al Jinz dat bekend staat om zijn broedplaats voor zeeschildpadden. De weg is zoals gezegd nieuw en ze zijn overvloedig bezig geweest met enorme hoge verkeersdrempels, vaak herkenbaar aan de verkeersborden en gele markering, vaak niet. Die laatste zijn echt verraderlijk, het hele stuk vanaf Wahiba tot Rass is er vol mee. Het valt ons op dat bij overheidsgebouwen de drempels niet met een bord worden aangegeven, we letten dus extra op grote statige gebouwen met de Omani vlag en weten dat we dan ook op moeten passen.
Bij het hotel van Rass al Jinz aangekomen vragen we ons even af of we goed zijn. We moeten stoppen voor een slagboom waarachter een oerlelijk gebouw staat, is dit het hotel? Lijkt meer op een crematorium, weinig ramen en veel hoge muren. We vragen het bij de slagboom en jawel dit is het hotel. Binnen zal het wel mooier zijn hopen we. Helaas, binnen is heeft het eenzelfde fabriekuitstraling als buiten. De kamers liggen aan de kant van de ingang, alleen smalle ramen in een hoek van de kamer, . we hebben een beetje opgesloten gevoel. Geen uitzicht op de Indische Oceaan dus, het gebouw is vrij open waardoor de akoestiek geweldig is en doordringt tot in de kamers. Ook hier gaat het predicaat 4* zeker niet op. Wat een hoop goed maakt is het strand en de kans op het zien van de schildpadden. Het strand is werkelijk heel mooi met zijn hoge witte/roze kliffen. Het hele strand ligt vol kuilen, hier komen de zeeschildpadden aan land om hun eieren te leggen. We zien tot onze verrassing een vers spoor van een reuze zeeschildpad die net voor ons naar de oceaan is teruggekeerd en dat midden op de dag! Hier zijn we al helemaal blij mee. We durven niet door de kuilen te lopen uit angst de eieren of baby’s te pletten. Vannacht keren we terug met een groep om te zien of er schildpadden zijn, we moeten dus nog even geduld hebben.
Het hotel biedt voor zijn gasten de schildpadden tour inclusief aan, je mag per overnachting twee maal mee. Om 9 uur ’s avonds en om 4 uur ’s nachts. Van andere hotels komen om 4 uur vele geïnteresseerden die in aparte groepen gaan. De hotelgasten mogen als eerste. In het hotel is het een herrie vanjewelste omdat het zo hoog en leeg is, dat beloofd wat voor onze nachtrust. Maar eerst gaan we schildpadden kijken.
We hebben geluk, bij aankomst is een schildpad net klaar met het leggen van haar eieren, vermoeid en traag bedekt ze de eieren met zand. Dit kan lang duren. Vervolgens spotten we een baby die verwoede pogingen doet om de oceaan te bereiken, het arme dier weet niet welke kant het op moet. De gids schijnt bij en trekt met zijn lichtbundel een spoor naar de oceaan, de baby is zo slim om de lichtbundel te volgen en na een paar keer door de golven terug geworpen te zijn op het strand zien we het niet meer terug, we hopen dat hij of zij uit mag groeien tot net zo’n mooi groot dier als zijn moeder. Om 4 uur keren nogmaals terug, dit keer zien we nog net een enorme schildpad naar de oceaan terugkeren, machtig! Verder geen geluk meer, we wachten tot de zon opkomt en keren dan best wel moe terug naar het hotel om uit te checken en op weg te gaan naar Narka, we hebben een hele lange dag voor de boeg vandaag!
Zaterdag 25 november 2011 Rass al Jinz – Sur – Qalhat – Wadi Tiwi – Wadi Shab – Sink hole – Wadi Aberyeen – Barka Na een heel snel ontbijt laden we de auto in en zetten koers naar Sur. Hier willen we een van de laatste Dhow fabriekjes zien die er nu nog zijn. Een Dhow is een houten schip dat ons doet denken aan een galjoen. Veel al zijn het Indiërs die met veel liefde en kennis deze mooie schepen bouwen. Net voor Sur rijden we een prachtige nieuwe brug over die gesierd wordt met gekroonde lantaarnpalen. Onder bij de brug ligt een fabriekje. Verschillende Dhows in verschillende bouwstadia liggen aan de kust van de rivier. we kunnen zo het terrein oplopen, niemand die het erg vindt en we kunnen ongestoord foto’s maken en filmen. Mooi en interessant om te zien!
De volgende stop is Qalhat, hier staan mooie ruines waaronder de tombe van Mariam. De weg er naar toe is gemakkelijk tot we de snelweg af komen, hier houdt de weg op en staan we voor een bouwterrein. We willen net keren als er een taxi aankomt die in volle vaart het terrein opschiet, wij er maar achteraan. De weg loopt dwars door het bouwterrein door, onverhard, je moet het maar net weten. Bij de site aangekomen staat een groot bord dat toegang verboden is wegen constructiewerkzaamheden. Omdat Oman een land is waar je liever niet de regels overtreed keren we braaf om en rijden terug naar de snelweg.
Na nog geen 10 kilometer nemen we de afslag naar Wadi Tiwi, het is weer even zoeken, een vriendelijke Omani seint ons hem te volgen, we rijden achter hem aan de Wadi in. Vanwege de feestdagen is deze mooie wadi vol met lokale bewoners, maar het is een plaatje. Een smalle kloof met groenblauw water en overal waar je kijkt palmbomen. de betonnen weg houd plots op en we rijden een gehuchtje in waar de weg één auto breed is, en dat is met een Landcruiser lastig als er van de andere kant een tegenligger komt! Bloed, zweet en tranen kost het om de wagen door het dorpje te rijden om vervolgens met nog een aantal auto’s te stranden in een steegje waar je echt geen kant meer op kan. Na een hoop getoeter en Arabisch geschreeuw over en weer lukt het dan toch om weer wat beweging in het geheel te krijgen, we besluiten maar om te keren en de nauwe weg terug te rijden voor het nog erger wordt en we echt geen kant meer op kunnen op de steile bergweg.
Over de snelweg rijden we terug, Muscat voorbij om nog anderhalve dag in het fijne Al Nadha Spa Resort te genieten van zon, zwembad en de spa, een echte aanrader!
Uitgerust en blij dat we dit hebben mee mogen maken keren we weer terug naar Nederland. We hebben weer een rugzak vol informatie en ervaring om te delen.
|